|
De pinda is bijzonder, omdat de plant bovengronds bloeit maar ondergronds vruchten produceert. Het is een wijd verbreid misverstand dat pinda's groeien aan bomen (zoals walnoten of pecannoten) of aan wortels (zoals aardappels).
De zaden van de pindaplant (kernen) groeien aan een plant van ongeveer 45 centimeter hoog met groene ovalen bladeren en kleine bloemen aan het onderste deel van de plant. De bloemen bestuiven zichzelf en verliezen hun blad wanneer het bevruchte vruchtbeginsel begint te groeien. Het ontkiemende vruchtbeginsel of "uitsteeksel" groeit van de plant af omlaag en vormt een klein takje tot in de grond. De pindakiem bevindt zich in het uiteinde van het uitsteeksel, dat zich de grond in boort. De kiem draait naar een horizontale stand en groeit vervolgens uit tot een volwassen pinda. De plant blijft groeien en bloeien totdat deze uiteindelijk zo'n 40 of meer volwassen peulen heeft. De groeicyclus duurt van planten tot oogsten ongeveer vier tot vijf maanden, afhankelijk van de soort en variëteit. De pinda is een plant die stikstof aan zich bindt. De wortels vormen verdikkingen die stikstof uit de lucht opnemen en zowel de plant als de bodem verrijken en voeden.

|

|